Brabbelepoepsie

Bundel met verhalen over kleine mensen

Overal te koop, in uw boekhandel en ook online.

  • Schrijver: ©Jan Lavrijsen
  • Illustraties en omslag: Kiki Nanna
  • Pentekeningen: Louis de Groot
  • Paperback, 144 pagina’s
  • ISBN 9789090348834
  • € 18,95

De bundel ‘Brabbelepoepsieverhalen over kleine mensen‘ bevat twee verhalen en een novelle. Het zijn originele, meeslepende vertellingen die gebaseerd zijn op ware gebeurtenissen en op verbeelding. Feit en fictie lopen naadloos in elkaar over, in stemmingen die als romantisch te bestempelen zijn, met een gulle lach, een traantje en onverwachte wendingen – Brabant op zijn best!

U vindt drie lyrische vertellingen. Ze gaan over een jeugdig avontuur, een satirische klucht en een aangrijpende, vrolijke én dramatische geschiedenis. Naar de geest is een aantal personages gebaseerd op mensen van vlees en bloed die nog in leven zijn of ons reeds verlieten. Als u meent uzelf erin te herkennen, dan zou dat zomaar waar kunnen zijn.

Terre des Hommes logo
De opbrengst van de verkoop van het boek is in zijn geheel bestemd voor Terre des Hommes. Deze stichting strijdt tegen de onmenselijkheid van kinderarbeid in ontwikkelingslanden die kinderen hun jeugd daar volledig ontneemt. Meermaals was ik er in het kader van mijn werk getuige van. Zoals blijkt uit mijn verhalen had ik zelf een dolgelukkige jeugd en wens die toe aan elk kind op onze aarde.

Wat vinden lezers van het boek:

Een indrukwekkend schrijftalent, met een debuut op zijn 70ste! Waarom begon je niet eerder met schrijven?

“Je maakte een tranendal van mijn dag. In één ruk las ik Brabbelepoepsie uit. Betoverend en ontroerend… zo mooi!

“Een verrijking, vergeleken met al die ‘geëngageerde’ pulp”

“Ik pink een traan weg en maak een diepe buiging… dit is pure literatuur.”

“Dit is een liefdesverklaring aan de taal.”

“Ik sta echt versteld van jouw manier van schrijven, jouw  woord- en taalgebruik en de vele klankkleuren die je daarbij gebruikt. Ik vind het echt geweldig, met name het verhaal over het openluchtbal maakt bij mij heel veel  herinneringen aan die tijd los. Zelfs de geur van de feesttent, door de verschraalde bierrestanten, halfvolle asbakken en de lucht van het grastapijt, komt weer helemaal bovendrijven. Ik heb het verhaal in één adem uitgelezen waarbij de tranen van genot in mijn ogen sprongen. In één woord geweldig!! Literatuur of proza, gelijk je wilt, waarbij het werk Louis Couperus in mijn optiek zelfs verbleekt. Nogmaals klasse! Ik hoop dan ook dat het niet bij Brabbelepoepsie blijft maar dat je ons in de toekomst nog meer laat genieten van andere werken van jouw hand. Mocht dat niet zo zijn, ik heb immers geen weet van de inspanning en tijd die jou dit werk heeft gekost, dan is naar mijn bescheiden mening aan jou een hele goeie auteur verloren gegaan. Voorlopig heb ik toch één pareltje in mijn bescheiden boekenkastje staan. Nogmaals hulde en bedankt voor dit juweeltje.”

Adembenemend mooi

Recensie door Jan Stoel op: https://deleesclubvanalles.nl/recensie/brabbelepoepsie/

Auteur Jan Lavrijsen (1950) laat in zijn debuut Brabbelepoepsie, dat bestaat uit twee verhalen en een novelle, zien over een rijke woordenschat te beschikken. Woorden als ‘schaverdijn’, ‘razzmattaz’ en ‘vedische soma’, om er maar een paar te noemen uit het openingsverhaal De Tovertuin, worden aan de vergetelheid ontrukt. Je maakt de betekenis wel op uit de context, maar wil je zeker zijn dan moet je het even opzoeken. Dan kom je erachter dat ‘piechem’ ‘dwaas’ betekent en een ‘fieteldans’ voor ‘zenuwziekte’ (cfr. Sint vitusdans) staat. Het spelen met taal, het kleuren van verhalen door taal, het gebruikmaken van de klanken van de woorden, het ritme van opeenvolgende woorden zijn kenmerken van de stijl van Lavrijsen. Soms lijkt het wat veel, maar ieder woord blijkt zijn functie te hebben.

“Schoongewassen onder een groen gespikkelde petticoat, borsten geheven in een topje als een tulp, doemde eerder die avond een jongedame op, met wangen als bellefleuren, golvende lokken, een glimlach op de lippen en een wenkbrauw met een vragend sprongetje. Vegen blijheid op haar gezicht, de mooiste make-up. In haar ogen de schemering en een tovertuin. Hemeltje, dit is Brabants welvaren, een gedicht in vlees en bloed, Dante’s Beatrijs”

Bovenstaand citaat komt uit De Tovertuin. Een twaalfjarige jongen bezoekt in 1963 stiekem een openluchtbal. “”Mefisto grijpt me, duwt me over de streep, sleurt me in de richting van … wat? Plezier hoop ik. En wat nog meer…onthullingen, misschien.” Wat zijn ogen zien is voor hem totaal nieuw: “In een vloek en een zucht vermorzelt Dionysos, de god van vrolijkheid en vrijheid, wees gegroet, de moraliteit.” De jongen wordt geconfronteerd met liederlijkheid, uitspattingen op seksueel gebied, meer dan zijn ogen kunnen verdragen en zijn hersenen kunnen verwerken. Kortom iedereen gaat los op het bal. En zo schrijft Lavrijsen het ook op, in hallucinerende taal, waarin beelden over elkaar heen buitelen. Maar er zit ook een dieper laagje in het verhaal. Niet voor niets is het Mefistofoles, de duivel uit het Faust-verhaal, die de jongen verleid heeft. Het levert een verrassend einde op.

Lavrijsen weet fictie en werkelijkheid met elkaar organisch te verbinden. Is in het eerste verhaal een jaarlijks bal in zijn woonplaats, het Noord-Brabantse Reusel, het onderwerp, onder het tweede verhaal Koning Karel ligt het verhaal van de pastoor in zijn woonplaats ten grondslag. De pastoor volgde zijn eigen ‘enige juiste’ weg en kwam steeds verder van de gelovigen af te staan. Als je dit weet wordt krijgt het verhaal extra reliëf en wordt het een satire waarin op humoristische wijze kritiek wordt uitgeoefend. De pastoor is in dit verhaal een koning geworden die allerlei eenzijdige maatregelen weet te nemen, zoals het plotsklaps herintroduceren van de oude taal van de voorvaderen (lees het Latijn in de Eucharistie). De koning is niet gevoelig voor de opmerkingen van Gazettus (de krant): “Kritiek en verwensingen glijden van mij af als regen op een eend.” Er hangt oorlog in de lucht en het volk richt zich tot de Grootvorst van de Statenbond, Lévèk (de bisschop; die ook niet on speaking terms was met de pastoor) want “een goede herder scheert zijn schapen, vilt ze niet.” De auteur voert uiteindelijk Machias Velli ten tonele, die geheel volgens de traditie van het machiavellisme de zaak zo probeert te manipuleren dat de koning aan de macht blijft. Maar of het hem lukt?

Het titelverhaal is een juweel en kent twee verhaallijnen. De eerste betreft een jongen die in 1957 bij zijn ‘opa Graard’ logeert. Hij is de oogappel van opa. Graard vertelt hem gaandeweg zijn aangrijpende levensverhaal. Dat is de tweede verhaallijn. Daardoorheen meanderen historische feiten, die teruggaan tot aan de jeugd van opa (het begin van de twintigste eeuw) en verhalen over de emancipatie van het Brabantse platteland, de gebruiken op het platteland, de ontspanning, de sociale cohesie en wat behoren tot een familie inhoudt. Het begint met een boerenbijeenkomst in een café waar de keuterboertjes perspectief geboden wordt: samenwerken in een boerenbond, een leenbank, een nieuwe bemestingsmethode met guano. Ook hier weet Lavrijsen de personages weer karakteristiek uit te tekenen. Zoals de Norbertijner pater (de witheer Gerlaches van den Elsen) “een imposante verschijning die als een lichtende zon schril afsteekt bij de grauwe massa van de boerenaanwezigen.” En het schrille mannetje dat hem vergezelt: “Hij heeft het voorkomen van een energieke maar spichtige spin met de maat van een graatmagere beer die je in de huid prikt en in je bloed kruipt om je gedachten te sturen of ze lam te leggen.”

Hoe het leven Graard getekend heeft, gaat onder je huid zitten, ontroert. Uiteindelijk krijg je zicht op waarom Graard zo blij is met zijn ‘kleinkind’. Dan wordt ook duidelijk wat Brabbelepoepsie betekent. Dit verhaal is van een grote schoonheid en zo met liefde en aandacht voor het kleinste detail beschreven.

“Mijn grootvader hield schapen. (..) Op een spinnenwiel spon mijn oma van hun wol draden voor kleergoed om je je hele leven met hun adem warm te houden. Beschouw jouw leven als zo’n draad die door spinsters onder de levensboom gesponnen wordt. Maar, let wel, die draad is onvast, jammer genoeg. Hij rafelt nu en dan en kan zelfs breken omdat ze eraan blijven trekken, ongelijkmatig soms, zolang je leeft, tot aan je laatste snik.”

Brabbelepoepsie overtuigt. Lavrijsen weet de spanning in zijn verhalen goed vast te houden en ieder van de verhalen kent een twist aan het eind. De ene keer tovert het een lach op je gezicht, een andere keer raakt het je diep. Lavrijsen is een verteller, houdt van taal, schrijft prachtig, heeft een beeldende stijl. De ondertitel van de bundel is ‘verhalen over kleine mensen.’ Maar de auteur weet het particuliere en lokale te overstijgen. Daardoor wordt het universeel en gaat het over wat mensen bezighoudt. Adembenemend mooi!

De verhalen:

De Tovertuin

Snaakse herinneringen aan een fabelachtig openluchtbal waar een twaalfjarige geen toegang toe had, en hoe hij toch triomfeerde.

Koning Karel

Koning Karel

Een kluchtige satire over een koning die meende zijn ‘koninkrijk’ naar zijn hand te kunnen zetten. Waar gebeurd, waarbij de koning in werkelijkheid een pastoor is.

En een novelle:

Brabbelepoepsie

Een logeerpartij in 1957 en de levensgeschiedenis van ‘opa’. Een vrolijke én aangrijpende geschiedenis.

De tekeningen zijn van Kiki Nanna en van Louis de Groot, Hilvarenbeek 1988

Enkele citaten uit het boek:

“Schoongewassen onder een groen gespikkelde petticoat, borsten geheven in een topje als een tulp, doemde eerder die avond een jongedame op, met wangen als bellefleuren, golvende lokken, een glimlach op de lippen en een wenkbrauw met een vragend sprongetje. Vegen blijheid op haar gezicht, de mooiste make-up. In haar ogen de schemering en een tovertuin. Hemeltje, dit is Brabants welvaren, een gedicht in vlees en bloed, Dante’s Beatrijs.”

uit: De Tovertuin

“De kwestie is als volgt, Sire. Een gezelschap vrouwen op een nog hoopvolle leeftijd, mij bekend, verkeert in zak en as. Zij dragen rouwklederen omdat hen afgrondelijk leed is aangedaan. Het zijn, dat verzeker ik u, goede zielen die van stenen brood weten te maken en die uw koninkrijk altijd hoog op de schouders droegen. Desondanks zegen ze met stomheid geslagen neer toen een opgewonden dief in hun aanwezigheid een dierbaar beeldhouwwerk in beslag nam en het afvoerde. Het betreft een eenvoudig beeld van een patrones die ze adoreren, en dat ze liefdevol tooiden. Die onbeschaamde daad ging hen niet in de koude kleren zitten. Ze menen nu zeker te weten dat God mannen hersenen en een zwengel gaf, maar niet genoeg bloed om die beide tegelijk te bedienen, en, vroegen ze zich af, wat zouden mannen zonder vrouwen zijn? Zeldzaam… antwoordde ik, machtig zeldzaam.”

uit: Koning Karel

“De wereld is groot, de mens is klein, het verlangen oneindig en het leven kort. De vaststelling dat je leeft is al buitengewoon, dus zeg niet dat het je tot last is. Pluk de dag. Grijp hem bij de lurven. Berijd hem als een ongezadelde hengst, gemaakt van vlammen, die zijn tanden bloot briest, als een gedurfd avontuur. Waarheen jaag je, naar de valleien van verdriet of de berg Olympus? Mazzel en vaarwel.”

uit: Brabbelepoepsie

6 reacties

  1. Dit boek klinkt veelbelovend. Ik ben heel benieuwd. Ga het zeker lezen als het uitkomt. Is het beschikbaar in de boekhandel?

    1. Bedankt voor je belangstelling, Akinyi Malesi.
      Het boek zal volgens de planning medio augustus beschikbaar zijn via alle boekhandels en ook online.

  2. Da’s nog eens een mooi cadeautje van zowel de Heemkunde Reusel als van de schrijver. Gratis lag daar het boekje ‘Brabbelepoepsie’ op de deurmat. Meteen het verhaal van Koning Karel gelezen! Zeer humoristisch en poëtisch geschreven!
    Ga op mijn gemak de rest eens lezen.
    Bedankt voor deze mooie geste!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *